You are here

14 juni 2017

Alumnus Pieter-Jan De Pue wint Ultima Film

De Gentse regisseur Pieter-Jan De Pue (35) werkte maar liefst zeven jaar aan zijn indruk­wekkende debuutfilm. The Land of the Enlightened werd gelauwerd van Park City tot Tel Aviv, maar kon in eigen land geen prijzen winnen. Tot nu, met deze Ultima. (Robin Broos)

The Land of the Enlightened vertelt het verhaal van Afghaanse kinderen en ‘hun’ oorlog. Een nood­gedwongen mix van fictie en non-fictie, omdat een groot deel van het mate­riaal verloren ging na een brutale overval en de film ook een andere aanpak kon verdragen. Begin vorig jaar ging de film in wereldpremière op het Sundance Film Festival, het grootste Amerikaanse festival voor de onafhankelijke film.

Hoe moeilijk was het om uw kindje – na er zeven jaar aan te hebben gewerkt – uit handen te geven?

Pieter-Jan De Pue: “Het grootste ­loslaten kwam al veel eerder, na het draaien in Afghanistan. Er heerst daar anarchie, er is amper structuur. Dat is een reden waarom het draaien zo lang heeft geduurd, we moesten het land eerst leren begrijpen.

“Eens terug in België moest ik door allerhande deadlines meteen gaan monteren. Ik kwam vanuit de bergen – 5.000 meter hoog, het grote niets – rechtstreeks in een donkere montagecel terecht. Nooit had ik zo veel parkeerboetes als toen, ik kon gewoon niet meer wennen aan de structuur en regels in een westerse setting.

“De eerste versie van de film werd volledig afgekeurd door ARTE (een van de geldschieters, RB). Er is toen teruggekeerd naar het basisscript en opnieuw gemonteerd, daarna volgde de postproductie. Ik haatte die periode. Ik ben veel liever op het terrein, tussen de mensen, met een camera in mijn handen.

“Maar goed, ineens was de film dus af, maar ik was weer gaan fotograferen en reportages draaien als basis voor mijn volgende film. Ik was nog maar net in Oekraïne toen ik telefoon kreeg dat The Land was geselecteerd voor Sundance.

“In die lange productieperiode heb ik zo veel twijfel gekend. Hoe vaak kreeg ik niet de vraag of het dat allemaal wel waard was, zeven jaar voor één film. Met financiële en relationele opofferingen, met grote risico’s. Niemand wist of het zou aanslaan. Daarom was dat nieuws van Sundance een geruststelling. Dat was voor mij het tweede loslaten.”

Was het een opluchting dat The Land of the Enlightened uitein­delijk een 'visuele triomf' werd genoemd en de prijs voor Best Cinematography binnenhaalde?

“Voor mij was het vooral de geruststelling dat de film daardoor een goed leven kon gaan leiden. Want het blijft een arthousefilm met een moeilijke structuur, die zich niet overal makkelijk laat programmeren.”

 

Lees verder op DeMorgen.be