You are here

26 juni 2017

Het creatieve lab van alumna Kat Steppe


Interview: Jan Holderbeke, foto's: Alex Vanhee, Bron: deredactie.be 

Elke zaterdag ploegen we door een creatieve dag van een creatieve mens. We beginnen ’s morgens en eindigen als het licht uitgaat. Waar haalt x/y inspiratie? Zijn er manieren om creatiever te worden? Om meer inspiratie te vinden? Deze week: Kat Steppe (42), regisseur, vooral van diepmenselijke documentaires, al of niet met Jeroen Meus in een hoofdrol. Ze won dit jaar de Ha! van Humo voor Een kwestie van geluk. Zij is niet de eerste gast in deze rubriek die om creatief te worden eerst een ferme portie kindervreugd verwerkt. 

Wanneer sta je op? Ik sta op om zes uur. Ik moet zorgen dat ik om zeven uur klaar ben voor de dag, anders haal ik de school run niet zoals dat heet. Meestal kom ik rond acht uur, als ze de auto in moeten, tot de vaststelling dat er één in zijn onderbroek een Lego-toren aan het bouwen is, of zoiets. Mijn kinderen gaan in Aalst naar school. Ik ben tot negen uur daarmee bezig. Tenzij mijn man hen brengt.

Wanneer begint dan het creatieve werk? Ik zeg al drie jaar: ik ga eens drie maanden énkel schrijven. Maar dat komt er niet van. Ofwel draai ik, ofwel monteer ik. Als ik draai heb ik een plan in mijn hoofd maar ik volg dat bijna nooit. Ik probeer zo weinig mogelijk in te grijpen in wat er gebeurt. Ik wil niet dat mensen iets doen omdat ik het vraag. Terwijl mensen hun verhaal doen, bedenk ik scènes die hun verhaal kunnen verdiepen. Maar ze doen nooit wat ik wil. En dus moet ik veel van wat ik in mijn hoofd had weggooien. Dan denk ik: verdorie, de volgende keer draai ik een fictiefilm, alle acteurs zullen zeggen wat ik heb geschreven, en ik ga op mijn gemak zijn. Maar de dag erna gebeuren er op de set dingen die ik zelf niet had kunnen verzinnen. Als je dat kunt laten gebeuren, is dat het beste wat er is. Creativiteit, dat is alert zijn voor wat er gebeurt en dat toelaten. Ik zeg altijd tegen de cameraman: begin veel vroeger te draaien dan we gezegd hebben, daar komen dikwijls zoveel cadeaus uit. En blijven lopen als we zeggen: ’t is gedaan. 

Nochtans lijkt alles zeer uitgekiend, elk kader bestudeerd. Dat wel. De uitsnede, daar moet ik niet meer over nadenken en de cameraman waar ik het meest mee werk ook niet. Omdat wij elkaar goed aanvoelen. Ik kan niet uitleggen wat maakt dat ik iets op die manier wil hebben, en niet een centimeter meer naar links of naar rechts. Hij heeft hetzelfde.

Op de set ben je “on the spot” creatief, hoe gaat het daarna in montage? Daar komt het pas helemaal op het einde. Ik draai heel veel. Het eerste wat ik doe in de montage is alle mogelijke verhaallijnen inhoudelijk uitzetten. Dat heeft met creativiteit niets te maken, dat is droge storytelling, ik maak een soort maquette, een overzicht van wat we hebben, ook al ga ik dat niet allemaal gebruiken. Een derde gaat nadien sowieso in de vuilbak.

 
Maar een derde? Ik las dat je van een programma 120 versies gemaakt hebt. Dat lijkt me onwaarschijnlijk. Ja, dat was de eerste aflevering van Een kwestie van geluk. Het was ook niet goed. Ik werk vaak op instinct. En de fout begint te komen als heel veel mensen daarrond staan en uitleg vragen. Dan begin ik dat uit te leggen, en ik word er zelf al niet meer zo zeker van. Dus ik verander van koers, op een rationele manier, en dat is heel slecht. Aan die eerste aflevering van Een kwestie  van geluk hebben we drie maanden zitten prutsen.  In december kwam ik tot de conclusie dat mijn eerste plan het allerbeste was. Door al die uitleg heb ik me laten misleiden. Eigen schuld. En natuurlijk, dan begint de uitzenddatum dichterbij te komen, en ik moet tien van die kloefen afleveren. Dat wordt een probleem. En dan gelukkig, toch een bliksemschicht in mijn kop, en dan hebben we aan één stuk doorgemonteerd. Dus we hebben nogal wat tijd verspild. Ik hoop dat Tom het niet leest (Tom Lenaerts, baas van productiehuis Panenka, JH).
 
Maar het is toch een luxe dat je dat kan doen? Ja, dat vertrouwen was er. Maar ik heb wel druk nodig om goed te presteren. Altijd geweest. Voor ik film deed heb ik eerst schilderen en vrije grafiek gedaan. Ik zat alleen in mijn kamer iets te schilderen of te maken, en alles mislukte, ik werd super gefrustreerd. En ineens gaat het toch, omdat de jury er zit aan te komen. En dan zijn die heel enthousiast, ik weet niet hoe ik dat gefikst heb. Nu weet ik dat dat het zevende canvas is: je hebt ene goeie gemaakt omdat je eerst zes kloteversies gemaakt hebt. 

Lees het volledige interview hier op deredactie.be .